Een moeder vertelt mij dat ze die ochtend gebeld werd door de nieuwe juf van haar zoon. De juf wilde overleggen over het aantal wen-ochtenden voor het ventje dat voor het eerst naar groep 1 zou gaan. Was een vijftal ochtenden voldoende? En zou mamma al die ochtenden er bij blijven? Misschien was het ook verstandig, had de juf aangegeven, indien mamma de week daarna wel beschikbaar zou zijn indien zich problemen zouden voordoen. En dit was nog niet alles, er zou ook nog een kennismakingsgesprek komen waarbij de ouders uit de doeken konden doen wat voor een kind hun bijna vierjarige is.
Intussen waren onze drie kinderen net weer begonnen op onze ‘être et avoir’ school in Frankrijk. Dat ‘weer naar school’ heet hier ‘La rentrée’ en is een groots spektakel dat net zo uitgebuit wordt door de commercie als Moederdag. Volgens de talloze reclames zou je denken dat je niet alleen jezelf en je kinderen in het nieuw moet steken maar ook je meubilair moet vernieuwen en uiteraard alle schoolspullen moet aanschaffen die er maar te verzinnen zijn. De aandacht bij de rentree ligt voor de franse ouder dan ook bij het kopen van de spullen: Stabilo’s, schriften, pennen, gekkigheden. Wij als zuinige en ‘hoe zo heb je dat allemaal nodig laten we eerst maar eens afwachten’ ouders kopen een geo driehoek en een paar pennen en daar houdt het mee op. Op de eerste dag van het nieuwe schooljaar zien alle kinderen er dan ook fris en gladgestreken uit.
Voor dorpsbegrippen waren er op de eerste september veel nieuwe kinderen op school. Welgeteld 7 peuters van drie jaar. En of deze mochten wennen? Je hebt je nieuwe spullen, je ouders hebben het er al twee maanden over dus dat moet voldoende zijn. De krijsende onvoorbereide kinderen worden alleen de eerste schooldag helemaal de klas ingebracht. Daarna neem je afscheid bij het hek dat het schoolplein omringt. Maar huppekee de speen erin, lolly in de tas en dag schat, tot half vijf! Half vijf! Dat is nog eens hardcore wennen, gelijk tussen de middag in de kantine eten en op het grote schoolplein je plek zien te veroveren. Ik vond het een hartverscheurend gezicht. Vanuit het moedergevoel moest ik mezelf bedwingen om heel Nederlands er iets emotioneels van te zeggen. Doe niet zo koud en afstandelijk! Help je kind op weg! Leg hem uit, laat hem zijn plek zien en help hem zijn jas op te hangen. Ook beroepsmatig zette ik hier een vraagteken bij. Het voorbereiden van je kind op een nieuwe stap in zijn leven loopt gemakkelijker indien je hem concreet meeneemt op weg naar de te nemen hobbel. Daarbij hoef je niet door te schieten met een uitgerold stappenplan, achtervang en extra tien minuten gesprek. Ik denk dat een kind heel veel leert van een koude duik, maar wel een waarvan hij weet hoe hij die moet nemen en dat er iemand is die hem nog even kan opvangen en op weg kan helpen. Of hem in ieder geval zegt waar zijn handdoek is. In dit geval een juf of meester die de hand van een huilende peuter pakt, een aai over de bol geeft of minimaal samen pappa uitzwaaien. Het maakt het allemaal wat vriendelijker en menselijker.
Inmiddels zijn we meer dan vier weken verder. Een tweetal peuters staat nog iedere ochtend huilend bij het hek. Speen in de mond. De meester vriendelijk lachend op vijf meter afstand. De andere peuters sjokken wat rond, met hun veel te grote rugzak waar alle nieuwe spullen nog steeds onaangeraakt inzitten.
C’ est la vie, voor veel Fransen!
